Vaak wordt in een werkvennootschap een aanzienlijk vermogen opgebouwd, dat enkel op zwaar belaste wijze uit deze vennootschap kan worden genomen (bijvoorbeeld via dividenduitkeringen belast aan 27% roerende voorheffing, via bezoldigingen belast aan het progressief tarief in de personenbelasting,…).
 
Teneinde tegemoet te komen aan deze problematiek, werd in het verleden geregeld gebruik gemaakt van de techniek van inbreng in een eigen holdingvennootschap van de aandelen die men aanhield in een werkvennootschap.
 
Deze inbreng geschiedde aan de actuele aandelenwaarde, die meestal veel hoger was dan het oorspronkelijk in de werkvennootschap ingebrachte kapitaal. Het bedrag van de actuele aandelenwaarde, werd in de holdingvennootschap integraal aanzien als fiscaal gestort kapitaal.
 
Voor zover men kon aantonen dat deze verrichting kaderde in het “normaal beheer van het privaat vermogen” (cfr. art. 90, 9°, eerste streepje WIB 1992), werd deze zogenaamde “interne meerwaarde” bovendien onbelast gerealiseerd.
 
De holdingvennootschap kon vervolgens, binnen bepaalde voorwaarden en na verloop van een bepaalde termijn, een kapitaalsvermindering doorvoeren. Doordat het ingebrachte kapitaal integraal als fiscaal gestort kapitaal werd aanzien, geschiedde deze kapitaalsvermindering belastingvrij.  
 
De regering valt deze techniek thans aan in het kader van haar nieuwe begrotingsmaatregelen:
 
Vanaf 1 januari 2017 zal het fiscaal gestorte kapitaal op het niveau van de holdingvennootschap immers beperkt worden tot de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen (en dus niet, zoals voorheen het geval was, de actuele aandelenwaarde).
 
Het verschil tussen de actuele aandelenwaarde en de aanschaffingswaarde zou alsdan als “belaste reserve in het kapitaal” aanzien worden.
 
Dit heeft tot gevolg dat latere kapitaalverminderingen niet meer belastingvrij zouden kunnen geschieden, maar aanzien zouden worden als dividenduitkeringen, die uiteraard onderworpen zijn aan de roerende voorheffing.
 
Rijst de vraag of u nog vóór 1 januari 2017 een dergelijke inbreng in uw holdingvennootschap kan doen. De regering heeft hieromtrent reeds aangekondigd dat deze inbrengen zullen onderworpen worden aan “gerichte controleacties”, waarvoor men zich zal steunen op de algemene anti- misbruikbepaling.
 
Het is dan ook van uiterst belang, indien u voor het einde van het jaar nog een inbreng wenst te verrichten, dat uw dossier grondig onderbouwd wordt middels voldoende zakelijke, niet- fiscale motieven die een dergelijke inbreng rechtvaardigen.
 
Het advocatenkantoor Mattijs, Voet & Co zal u graag verder adviseren mocht u hieromtrent bijkomende vragen hebben, dan wel mocht u verdere stappen dienaangaande wensen te ondernemen.

 

Copyright © 2016 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden.
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.

<< terug naar overzicht

Hebt u een advocaat nodig?
Hoe gaat het in z'n werk?
Wat mag u verwachten?

Klik hier

KMO-Portefeuille

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven?

 

Vestigingen

Kantoor Lier
Donk 54 - 2500 Lier

 info@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 488 46 66
 +32 (0) 3 488 43 79

 

Kantoor Mechelen
Blarenberglaan 4/302 - 2800 Mechelen

Industriepark Mechelen Noord (Zone C - geel)
 infomechelen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 15 55 29 45
 +32 (0) 15 55 42 91

 

Kantoor Antwerpen
Doornstraat 319 bus 1 - 2610 Antwerpen

 infoantwerpen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 331 31 13 
 +32 (0) 3 488 43 79

 

CVBA MVRV
BTW : BE 0880.785.734
Rek.nr.: BE34 6301 1812 0090
Derdenrkn : BE96 6301 1504 6305
BIC BBRUBEBB