Bij ruling nr. 16057 dd. 9/01/2017, gepubliceerd op 30/01/2017, heeft VLABEL (de Vlaamse Belastingdienst) zich uitgesproken over de mogelijkheid van inbreng in het gemeenschappelijk vermogen van gehuwden onder de ontbindende voorwaarde enerzijds van echtscheiding en anderzijds van vooroverlijden van de andere niet- inbrengende echtgenoot.

Concreet werd de vraag gesteld aan VLABEL of de toevoeging van twee optioneel ontbindende voorwaarden aan een bestaand huwelijkscontract, waarbij zowel roerende als onroerende goederen werden ingebracht, niet zal worden beschouwd als fiscaal misbruik in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF (Vlaamse Codex Fiscaliteit).

De optioneel ontbindende voorwaarden waren als volgt:

· Inbreng onder de optioneel ontbindende voorwaarde van ontbinding van het huwelijk door echtscheiding;

· Inbreng van de ene echtgeno(o)t(e) onder de optioneel ontbindende voorwaarde van vooroverlijden van de andere echtgeno(o)t(e);

 

Met betrekking tot de optioneel ontbindende voorwaarde van ontbinding van het huwelijk door echtscheiding

Hieromtrent stelt VLABEL uitdrukkelijk dat deze optioneel ontbindende voorwaarde niet gevat wordt door de antimisbruikbepaling van art. 3.17.0.0.2 VCF.

Een dergelijke (optioneel) ontbindende voorwaarde blijft aldus perfect mogelijk, zonder dat dit fiscaal misbruik zal uitmaken.  

Met betrekking tot de optioneel ontbindende voorwaarde van vooroverlijden

Het probleem situeert zich dan ook, aldus VLABEL, uitsluitend op het vlak van de (optioneel) ontbindende voorwaarde van vooroverlijden.

Klassiekerwijze werd een beroep gedaan op art. 1455 Burgerlijk Wetboek om de ingebrachte goederen, in geval van vooroverlijden van de niet- inbrenger, “terug te nemen” door de inbrengende echtgenoot.

Deze bepaling maakt het mogelijk dat de ingebrachte goederen in het kader van de verdeling na overlijden worden toebedeeld aan de inbrengende echtgenoot. Echter, de ingebrachte goederen zullen wel steeds deel blijven uitmaken van het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten. Indien de inbrengende echtgenoot aldus meer zou krijgen dan de helft van het gemeenschappelijk vermogen, zal dit ertoe leiden dat deze langstlevende echtgenoot erfbelasting verschuldigd is.

Om hieraan te verhelpen, werd geopperd te werken met een (optioneel) ontbindende voorwaarde.

 

Door het lichten van de ontbindende voorwaarde wordt de inbreng retroactief ontbonden, in die zin dat de ingebrachte goederen integraal en vrij van lasten zullen terugkeren naar het eigen vermogen van de langstlevende echtgenoot. De ingebrachte goederen zullen geacht worden nooit tot het gemeenschappelijk vermogen te hebben behoord.

In de rulingaanvraag werd de invoeging van deze ontbindende voorwaarde inderdaad gemotiveerd om reden dat men wou vermijden dat de inbrengende echtgenoot, in geval van vooroverlijden van de niet- inbrengende echtgenoot, erfbelasting zou dienen te betalen op de eigen ingebrachte goederen.

VLABEL heeft geoordeeld dat een dergelijke (optioneel) ontbindende voorwaarde gevat wordt door de antimisbruikbepaling van art. 3.17.0.0.2 VCF, “aangezien de aanvrager niet aantoont dat de voorgenomen verrichting ingeschreven is door andere dan fiscale motieven”.

De toevoeging van een dergelijke (optioneel) ontbindende voorwaarde ingevolge vooroverlijden, heeft, aldus VLABEL, enkel als doel om erfbelasting te ontwijken.

VLABEL besluit dan ook dat zelfs indien in geval van vooroverlijden de optie wordt gelicht, de ingebrachte goederen voor de heffing van de erfbelasting alsnog geacht worden tot het gemeenschappelijk vermogen te behoren.

Op die manier zal de toebedeling boven de helft van de huwgemeenschap aan de langstlevende echtgenoot alsnog aanleiding geven tot belasting als legaat in hoofde van deze langstlevende echtgenoot.

Kritische noot

Het advocatenkantoor wenst het onderscheid tussen belastingontduiking en belastingontwijking in herinnering te brengen.

Uit de Belgische Grondwet (art. 170 GW) vloeit immers voort dat de belastingplichtige steeds de keuze heeft van de minst belaste weg.

Dit werd bevestigd door het Hof van Cassatie in het uitermate belangrijke Brepols- arrest. Het Hof oordeelde dat er geen verboden simulatie en dus geen fiscale fraude kan zijn, indien partijen met het oog op het kiezen van de minst belaste weg handelingen stellen, waarvan ze alle consequenties aanvaarden, zelfs indien de weg die ze kiezen niet de meest voor de hand liggende is.

Belastingontduiking daarentegen vereist een handeling van de belastingplichtige dat een inbreuk op de fiscale wet uitmaakt.

In het licht hiervan kan nog maar de vraag gesteld worden of de belastingplichtige, door het opteren voor een ontbindende voorwaarde i.p.v. de toepassing van art. 1455 BW, inderdaad niet geopteerd heeft voor de keuze voor “de minst belaste weg”, en deze beslissing aldus een principieel geoorloofde belastingontwijking uitmaakt.

Het spreekt dan ook voor zich dat deze ruling zeer kritisch onthaald wordt in de rechtsleer.

Het advocatenkantoor Mattijs, Voet & Co zal u graag verder adviseren mocht u hieromtrent bijkomende vragen hebben, dan wel mocht u verdere stappen dienaangaande wensen te ondernemen.

 

 

Joris MATTIJS
Rebecca CAEBERGS


Copyright © 2017 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden.
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.

<< terug naar overzicht

Hebt u een advocaat nodig?
Hoe gaat het in z'n werk?
Wat mag u verwachten?

Klik hier

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven?

 

Vestigingen

Kantoor Lier
Donk 54 - 2500 Lier

 info@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 488 46 66
 +32 (0) 3 488 43 79

 

Kantoor Mechelen
Blarenberglaan 4/302 - 2800 Mechelen

Industriepark Mechelen Noord (Zone C - geel)
 infomechelen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 15 55 29 45
 +32 (0) 15 55 42 91

 

Kantoor Antwerpen
Doornstraat 319 bus 1 - 2610 Antwerpen

 infoantwerpen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 331 31 13 
 +32 (0) 3 488 43 79

 

CVBA MVRV
BTW : BE 0880.785.734
Rek.nr.: BE34 6301 1812 0090
Derdenrkn : BE96 6301 1504 6305
BIC BBRUBEBB