Algemeen

De wet van 6 juni 2017 betreffende de rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht betreft een omzetting van de richtlijn 2014/104/EU. De wetgever komt hiermee tegemoet aan de vele tekortkomingen van de oude procedure tot het bekomen van schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht en voorziet een effectievere en vereenvoudigde procedure tot het bekomen van integrale schadevergoeding. De wet treedt in werking op 22 juni 2016.

Nieuwigheden

De belangrijkste nieuwigheden zijn:

  • Brede interpretatie “benadeelde”;
  • Recht op volledige vergoeding;
  • Rechterlijk bevel voor vlottere overlegging van bewijsmateriaal én sanctie bij weigering;
  • Invoering van verschillende vermoedens;
  • Principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van kartel;
  • Verjaringstermijn en stuiting;
  • Voorkeur minnelijke afhandeling

De nieuwe wet omschrijft benadeelde als een persoon of rechtspersoon welke schade heeft geleden die ontstaan is door een inbreuk op het mededingingsrecht. Bijgevolg is het ook mogelijk dat niet alleen een directe afnemer maar ook een indirect afnemer een recht heeft op schadevergoeding indien deze benadeling door de inbreuk op het mededingingsrecht heeft ondervonden. Ook een concurrent van de inbreukpleger heeft, indien er sprake is van benadeling, een recht op schadevergoeding van de inbreukpleger.

De benadeelde heeft het recht op een volledige schadevergoeding te bekomen van de inbreukpleger. Een volledige vergoeding van de schade omvat de effectief geleden schade én de gederfde winst, inclusief interesten.

Elke benadeelde kan de rechter verzoeken om de inbreukpleger of elke derde te bevelen om specifieke relevante bewijsstukken over te leggen die zich in hun bezit bevinden. Bij niet-nakoming van dergelijk rechterlijk bevel beschikt de rechter over de mogelijkheid om een geldboete van 1.000 EUR tot 10.000.000 EUR op te leggen. De enige uitzondering betreft bewijsstukken die betrekking hebben op clementieverklaringen (medewerking van de inbreukpleger in ruil voor volledige of gedeeltelijke immuniteit) en voorstellen met het oog op een schikking.

De nieuwe wet voert verschillende weerlegbare en onweerlegbare vermoedens in om alzo de bewijslast van benadeelden te vergemakkelijken. Weerlegbaar is het vermoeden dat kartelinbreuken worden geacht schade te berokkenen. Onweerlegbaar is het vermoeden wanneer een inbreuk is vastgesteld door een definitieve beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit of door een in kracht van gewijsde getreden arrest van het Hof van Beroep van Brussel.

De wetgever bepaalt dat het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor inbreukplegers geldt. Hierop zijn slechts twee uitzonderingen. Het principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid is niet van toepassing op KMO’s en evenmin op de inbreukpleger waaraan volledige vrijstelling van geldboeten is verleend.

De verjaring van de vordering tot het bekomen van schadevergoeding vangt aan op de dag die volgt op de dag waarop de inbreuk op het mededingingsrecht is stopgezet en waarop de benadeelde weet had of behoorde te weten van de inbreuk op het mededingingsrecht. De verjaringstermijn bedraagt 5 jaar en wordt gestuit wanneer de Belgische Mededingingsautoriteit een handeling tot onderzoek of vervolging verricht.

De minnelijke afhandeling van het geschil tussen de inbreukpleger en de benadeelde is in het voordeel van de inbreukpleger. De wet stelt dat de minnelijke afhandeling als een verzachtende omstandigheid kan worden aangenomen door de Belgische Mededingingsautoriteit bij het bepalen van de boete.

Besluit

De wetgever komt door de talrijke nieuwigheden tegemoet aan de vooropgestelde doelstelling en maakt komaf met de pijnpunten van de oude procedure zoals bv. de te zware bewijslast voor benadeelden en de hoge kosten welke de procedure met zich meebracht.

Daarnaast tracht de nieuwe wet de inbreukpleger te mobiliseren via de matigingsmogelijkheid van de geldboete waarover de Belgische Mededingingsautoriteit m.b.t. de geldboete. Deze vormt mogelijks een incentive voor de inbreukpleger om initiatief te nemen om het geschil minnelijk op te lossen en kan als zeer positief worden onthaald.

 

Fréderic VERPOORTEN
Advocaat

 


Copyright © 2017 Mattijs Voet & Co Overname zonder schriftelijke toestemming is verboden.
Disclaimer Deze gratis nieuwsbrief is bedoeld als bron van informatie. De nieuwsbrief beoogt op geen enkele wijze de volledigheid en kan niet worden gelezen of gebruikt als advies. Hoewel de auteurs de grootste zorg besteden aan hun teksten, kan op geen enkele wijze enige aansprakelijkheid voortvloeien uit de inhoud van de nieuwsbrief.

<< terug naar overzicht

Hebt u een advocaat nodig?
Hoe gaat het in z'n werk?
Wat mag u verwachten?

Klik hier

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven?

 

Vestigingen

Kantoor Lier
Donk 54 - 2500 Lier

 info@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 488 46 66
 +32 (0) 3 488 43 79

 

Kantoor Mechelen
Blarenberglaan 4/302 - 2800 Mechelen

Industriepark Mechelen Noord (Zone C - geel)
 infomechelen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 15 55 29 45
 +32 (0) 15 55 42 91

 

Kantoor Antwerpen
Doornstraat 319 bus 1 - 2610 Antwerpen

 infoantwerpen@advocatenkantoor-mattijs.be
 +32 (0) 3 331 31 13 
 +32 (0) 3 488 43 79

 

CVBA MVRV
BTW : BE 0880.785.734
Rek.nr.: BE34 6301 1812 0090
Derdenrkn : BE96 6301 1504 6305
BIC BBRUBEBB